De regering-Trump heeft een 30-jarige nucleaire samenwerkingsovereenkomst met Saoedi-Arabië goedgekeurd. De deal laat de standaard IAEA-waarborgen varen, een afwijking van het langdurige Amerikaanse non-proliferatiebeleid.
Wat de deal toestaat
De overeenkomst staat de Verenigde Staten toe nucleaire technologie met het koninkrijk te delen. Normaal gesproken vereisen dergelijke deals dat het ontvangende land afziet van verrijkings- en opwerkingscapaciteiten. Deze doet dat niet. Die verschuiving heeft de aandacht getrokken van wetgevers en voorstanders van wapenbeheersing.
Een verschuiving in het non-proliferatiestandpunt
Decennialang hield Washington vast aan de zogenaamde gouden standaard — een toezegging om geen verrijkings- of opwerkingsfabrieken te bouwen. De Saoedische deal doorbreekt dat patroon. De regering heeft de reden voor de vrijstelling niet openbaar gemaakt. De looptijd van 30 jaar verankert de regeling voor toekomstige regeringen.
De Iran-factor
De stap komt terwijl de regering een bredere Midden-Oostenstrategie nastreeft. Afzonderlijk tonen voorspellingsmarkten een kans van 30,5% op een nucleaire deal tussen de VS en Iran in 2026. Dat wijst op enige verwachting van een diplomatieke oplossing met Teheran, zelfs terwijl Washington de banden met Riyad verdiept. De twee sporen — een nucleair partnerschap met Saoedi-Arabië en mogelijke gesprekken met Iran — kunnen het veiligheidslandschap van de regio hervormen.
Of de deal ter beoordeling aan het Congres zal worden voorgelegd, blijft onduidelijk. Wetgevers hebben eerder aangedrongen op strenger toezicht op nucleaire samenwerking met Saoedi-Arabië.




