Het Ministerie van Justitie (DOJ) gaat in beroep tegen een uitspraak van een handelsrechtbank die mogelijk miljarden aan tariefrestituties aan importeurs vertraagt, waarschuwde een Amerikaanse handelsrechter deze week. Het gaat om ongeveer $166 miljard aan invoerrechten die tijdens het Trump-tijdperk zijn geïnd — geld waar veel bedrijven op rekenden. De rechter stelde dat het beroep het hele restitutieproces in chaos kan storten.
De $166 miljard op het spel
De restituties vloeien voort uit tarieven die zijn opgelegd onder Sectie 301 van de Trade Act van 1974, gericht op Chinese goederen. Importeurs hebben deze invoerrechten in de rechtbank aangevochten en gewonnen, waardoor de weg voor terugbetaling werd vrijgemaakt. Maar het beroep van het DOJ dreigt dat proces nu te bevriezen. De rechter merkte op dat de omvang van de restituties — $166 miljard — betekent dat elke vertraging ernstige gevolgen heeft voor importeurs die deze terugbetalingen al in hun kasstroom hebben verwerkt.
Waarschuwing van de rechter over verstoring
In een schriftelijke uitspraak waarschuwde de handelsrechter dat het beroep "de ordelijke uitkering van restituties kan verstoren" en onzekerheid kan creëren voor bedrijven die op het geld wachten. De uitspraak ging niet in op de juridische merites van de stap van het DOJ, maar de rechter maakte duidelijk dat verdere vertragingen bedrijven zouden schaden die al worstelen met een volatiele handelsomgeving. De waarschuwing onderstreept de spanning tussen de wens van de overheid om tariefinkomsten te behouden en de claims van importeurs op restitutie.
Het beroep gaat nu naar een hogere rechtbank, zonder tijdlijn voor een beslissing. Importeurs moeten afwachten — en zich afvragen of ze de restituties ooit zullen zien die hun waren beloofd. De zaak kan ook een precedent scheppen voor toekomstige tariefgeschillen, waardoor de stap van het DOJ een nauwlettend gevolgde test wordt van hoever de overheid zal gaan om invoerrechten te behouden.




