Een rechtbank in Qingdao, China, heeft een man veroordeeld tot meer dan 10 jaar gevangenisstraf voor het stelen van 107 Bitcoin – een zaak die draaide om een onthouden privésleutel en een zeldzame juridische kwestie. Het vonnis, deze week uitgesproken, bevestigt dat Bitcoin onder het Chinese strafrecht als eigendom wordt beschouwd, een onderscheid dat van belang is ondanks het algehele verbod op cryptohandel in het land.
De diefstal en de sleutel
De veroordeelde man heeft geen exchange gehackt of een smart contract misleid. Hij bemachtigde een privésleutel – die hij blijkbaar uit zijn hoofd had geleerd – en gebruikte die om 107 Bitcoin uit de wallet van het slachtoffer te halen. Het bedrag, op dit moment ruwweg enkele miljoenen dollars waard, verdween voordat iemand het kon bevriezen of traceren. De politie kwam hem uiteindelijk op het spoor en het Openbaar Ministerie legde hem diefstal van eigendom ten laste. Het cruciale detail: omdat hij de sleutel had onthouden, was er geen digitale voetafdruk te vinden – alleen de beweging van de munten op de blockchain en de getuigenis van het slachtoffer.
Eigendomsrechten ondanks het verbod
De redenering van de rechter maakt deze uitspraak bijzonder. Sinds 2021 hebben de Chinese autoriteiten de handel in crypto, het minen ervan en zelfs de promotie ervan verboden. Maar de rechtbank in Qingdao maakte duidelijk dat het verbod op handel niet betekent dat crypto geen eigendom is. Volgens het Chinese strafrecht omvat eigendom ook immateriële activa met economische waarde – en de rechtbank oordeelde dat Bitcoin aan die definitie voldoet. Dat is geen groen licht voor handel; het is een signaal dat diefstal van crypto op dezelfde manier wordt bestraft als diefstal van contant geld of goud.
Wat dit betekent voor cryptobezitters in China
Als u Bitcoin in China bezit, maakt deze uitspraak het niet makkelijker om het te verkopen. Maar het geeft u wel een juridische stok om mee te slaan als iemand het steelt. Eerdere zaken waren inconsistent: sommige rechtbanken beschouwden crypto als virtueel eigendom, andere ontweken de kwestie. De beslissing van Qingdao – van een strafkamer – schept een duidelijker precedent. Strafrechtadvocaten in China hebben de zaak al aangemerkt als richtlijn voor toekomstige vervolgingen van diefstal. De timing is ook niet toevallig: nu steeds meer Chinezen crypto aanhouden via buitenlandse exchanges of cold wallets, komen diefstallen vaker voor en had het Openbaar Ministerie een kader nodig.
Een onopgeloste vraag
De uitspraak laat één grote open vraag: als Bitcoin voor diefstaldoeleinden als eigendom wordt beschouwd, geldt dat dan ook voor erfrecht, echtscheiding of incasso? De rechtbank in Qingdao heeft die scenario's niet behandeld. Voor nu is het antwoord beperkt tot het strafrecht. Maar de redenering – dat crypto objectieve economische waarde heeft – is breed genoeg dat andere provincies deze in civiele zaken zouden kunnen overnemen. Dat is een gesprek dat het Chinese rechtssysteem nog niet heeft gevoerd, en deze zaak garandeert dat het er komt.




