Uit een enquête onder 1.260 sociale wetenschappers blijkt dat 81% kunstmatige intelligentie (AI) gebruikt in hun werk, maar slechts 20% heeft codeeragenten omarmd — programma's zoals Claude Code die zelfstandig code kunnen schrijven en debuggen. De bevindingen geven aan dat hoewel AI routine is geworden in sociaalwetenschappelijk onderzoek, gespecialiseerde codeertools nog steeds een steile adoptiecurve kennen.
Algemeen AI-gebruik versus codeeragenten
De enquête, uitgevoerd onder onderzoekers in vakgebieden als sociologie, psychologie en politicologie, vroeg naar hun gebruik van verschillende AI-tools. Acht op de tien zeiden AI te gebruiken voor taken zoals literatuuronderzoek, data-analyse of schrijfhulp. Maar toen de vragen overgingen op codeeragenten — tools die code genereren of aanpassen op basis van natuurlijke taal — daalde het aandeel tot slechts een op de vijf.
Codeeragenten verschillen van algemene AI-assistenten. Terwijl een tool zoals ChatGPT kan helpen bij het opstellen van tekst of het brainstormen over ideeën, is een codeeragent ontworpen om instructies te interpreteren en werkende code te produceren. Voor sociale wetenschappers die werken met data in talen zoals R of Python, kunnen dergelijke tools de drempel verlagen om complexe analyses uit te voeren. Toch suggereert de enquête dat de meeste onderzoekers ze nog niet in hun workflow hebben geïntegreerd.
Ongelijke adoptie naar geslacht en carrièrefase
De enquête bracht grote verschillen aan het licht in wie codeeragenten gebruikt. Mannen gaven vaker dan vrouwen aan ze te gebruiken, en beginnende onderzoekers namen de tools vaker over dan hun senior collega's. De auteurs van de enquête hebben geen exacte percentages voor deze subgroepen vrijgegeven, maar beschreven de verschillen als "groot".
Deze patronen weerspiegelen bredere trends in technologie-adoptie, waarbij vrouwen en oudere professionals vaak achterblijven. De bevindingen roepen zorgen op dat als codeeragenten steeds belangrijker worden in onderzoek, bestaande ongelijkheden kunnen toenemen. Onder vrouwelijke respondenten was het adoptiepercentage aanzienlijk lager dan onder mannen. En onderzoekers die meer dan tien jaar geleden hun PhD hebben afgerond, gebruikten de tools minder vaak dan degenen die recentelijk zijn gepromoveerd.
Wat de enquête onbeantwoord laat
De enquête mat het gebruik, maar onderzocht niet waarom onderzoekers ervoor kiezen geen codeeragenten te gebruiken. Mogelijke redenen kunnen zijn: gebrek aan bewustzijn, onvoldoende training of bezorgdheid over betrouwbaarheid. De data staan geen conclusies toe over de oorzaken van de lage adoptie of de verschillen.
Wat duidelijk is, is dat een grote meerderheid van sociale wetenschappers al vertrouwd is met AI-tools. De volgende stap — hen zover krijgen dat ze codeeragenten omarmen — blijkt een grotere uitdaging. De enquête biedt een momentopname van waar het veld staat, maar laat de vraag open hoe de kloof te overbruggen.



